Zweten is één van die lichaamsfuncties die we bij iedereen terugvinden. Maar toch is het zo verschillend bij iedereen: de een zweet al van gewoon in de zon te zitten, de ander moet al een lange tijd stevig bewegen vooraleer hij zweet. En waarom heeft bijvoorbeeld Ben Crabbé altijd okselvijvers, terwijl er ook veel mensen zijn die wel zweten, maar nooit onder de oksels?
De oorzaak van het zweten is heel eenvoudig: als de mens zich inspant, beginnen zijn spieren energie te verbranden. Deze energieverbranding is echter niet zo effectief: slechts een vierde van de energie wordt omgezet in beweging; de rest wordt omgezet in warmte. Als we geen afkoelingssysteem zouden hebben zou onze lichaamstemperatuur bij lange inspanningen stijgen met een graad per vijf minuten. Aangezien de mechanismen in ons lichaam temperatuurspecifiek zijn, mag het lichaam nooit zo snel opwarmen. Daarom hebben we het zweten als afkoeligsmechanisme. Als het zweet op onze huid verdampt, onttrekt ze warmte aan het lichaam.
Maar waarom zijn er zoveel verschillen in hoeveelheid zweet per persoon?
Een eerste, voor de hand liggende reden is de lichaamsbouw. Wie meer spiermassa heeft, zal meer energie verbranden en bijgevolg meer zweten. Hou hierbij wel rekening dat bij beter getrainde personen het zweet minder zout bevat. Iemand met een goede conditie en veel spiermassa zal bijgevolg veel kunnen zweten, maar verliest hierbij niet zoveel andere stoffen.
Ook het lichaamsvet speelt een rol: wie veel onderhuids vetweefsel heeft, zal meer zweten. Dit is zo omdat vet werkt als een isolator (kijk maar naar walvissen en ijsberen die met hun speklaag kunnen overleven in koude periodes). Het vet houdt de warmte dus vast in het lichaam en om dit effect te neutraliseren, wordt er meer zweet geproduceerd.
Een tweede factor is de aanpassing van iemand aan het klimaat. Wie goed kan overleven in een warme streek, zal ook meer kunnen zweten.
Deze factoren leiden ertoe dat we bijvoorbeeld in het wielrennen zien dat grote, gespierde renners uit het zuiden beter kunnen presteren in de warmte, omdat zij de mogelijkheid hebben om beter te zweten en dus sneller afkoelen. Deze verschillen leiden in de professionele sportbeoefeningen duidelijk tot verschillen in prestaties in andere omstandigheden.
Een laatste factor, die we niet over het hoofd mogen zien is de erfelijkheid. Het is genetisch bepaald hoeveel zweetklieren iemand heeft en waar deze verspreid zijn over de huid. Waarschijnlijk hebben de voorouders van Ben Crabbé al gedurende lange tijd onfrisse oksels. Maar niet getreurd: de deodorantindustrie vaart er wel bij!
vrijdag 18 april 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen